ECLI:NL:HR:2025:1707

Hoge Raad

Datum uitspraak
9 december 2025
Publicatiedatum
17 november 2025
Zaaknummer
23/04829
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 Wet op de rechterlijke organisatieArt. 2 SrArt. 7 SrArt. 174 lid 1 SrArt. 43 lid 1 Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep in zaak fipronilcrisis en verboden biociden door rechtspersoon

In deze zaak staat het beroep in cassatie centraal tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 29 november 2023. De verdachte, geboren in 1986, werd betrokken bij de fipronilcrisis van 2017 waarbij het bestrijdingsmiddel fipronil op de markt werd gebracht terwijl het schadelijk was voor mens en dier. Daarnaast ging het om het gebruik en de voorraad van verboden biociden.

Het Openbaar Ministerie vervolgde de verdachte onder meer op grond van artikel 174 lid 1 Sr Pro voor het medeplegen van het op de markt brengen van fipronil en op grond van de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden voor het gebruik van verboden biociden. Verweren van de verdachte betroffen onder meer de ontvankelijkheid van het OM vanwege het feit dat sommige gedragingen in België zouden zijn gepleegd en bewijsgerelateerde klachten.

De Hoge Raad heeft de cassatiemiddelen beoordeeld maar vond geen aanleiding tot vernietiging van het arrest van het hof. De klachten konden niet leiden tot een andere uitkomst en het was niet nodig om nadere motivering te geven omdat het oordeel niet van belang was voor de rechtsontwikkeling. Het beroep werd derhalve verworpen.

Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de veroordeling van de verdachte voor medeplegen van het op de markt brengen van fipronil en het gebruik van verboden biociden.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer23/04829
Datum9 december 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 29 november 2023, nummer 21-001970-21, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1986,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat A.H.J.G. van Voorthuizen bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren T. Kooijmans en F. Damsteegt, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
9 december 2025.