Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2025:170

Hoge Raad

Datum uitspraak
4 februari 2025
Publicatiedatum
31 januari 2025
Zaaknummer
23/00499
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 312.2.2 SrArt. 6 lid 1 EVRM
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Cassatie over medeplichtigheid aan diefstal met geweld en strafvermindering wegens termijnoverschrijding

De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag waarin verdachte werd veroordeeld voor medeplichtigheid aan medeplegen diefstal met geweld door het besturen van een vluchtauto. De verdachte was in eerste aanleg vrijgesproken. Het hof oordeelde dat verdachte ten minste voorwaardelijk opzet had op de diefstal met geweld, mede gelet op de gedragingen en omstandigheden rondom de zaak.

De Hoge Raad heeft het cassatiemiddel dat de bewezenverklaring aanvecht verworpen, waarbij werd bevestigd dat het hof terecht aannam dat verdachte bewust de aanmerkelijke kans aanvaardde dat tijdens de diefstal geweld zou worden gebruikt. Dit volgt uit de aard van het delict en de omstandigheden, waaronder de algemene ervaringsregel dat mensen hun geld niet zonder dwang afgeven.

Daarnaast werd het cassatiemiddel over de overschrijding van de redelijke termijn gegrond verklaard. De stukken waren te laat door het hof ingezonden, waardoor de Hoge Raad de opgelegde gevangenisstraf heeft verminderd van twaalf maanden naar elf maanden en twee weken. Het beroep werd voor het overige verworpen.

Uitkomst: De gevangenisstraf wordt verminderd tot elf maanden en twee weken, veroordeling blijft in stand.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer23/00499
Datum4 februari 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 9 februari 2023, nummer 22-000344-21, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1993,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft Th.J. Kelder, advocaat in ’s-Gravenhage, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot vernietiging van de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf, tot vermindering daarvan naar de gebruikelijke maatstraf, en tot verwerping van het beroep voor het overige.

2.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel

2.1
Het cassatiemiddel klaagt over de bewezenverklaring van de tenlastegelegde medeplichtigheid aan een overval.
2.2
Het cassatiemiddel leidt niet tot cassatie. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal.

3.Beoordeling van het tweede cassatiemiddel

3.1
Het cassatiemiddel klaagt dat in de cassatiefase de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 van Pro het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden is overschreden omdat de stukken te laat door het hof zijn ingezonden.
3.2
Het cassatiemiddel is gegrond. Dit moet leiden tot vermindering van de opgelegde gevangenisstraf van twaalf maanden.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf;
- vermindert deze in die zin dat deze elf maanden en twee weken beloopt;
- verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en R. Kuiper, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
4 februari 2025.