ECLI:NL:HR:2025:1653

Hoge Raad

Datum uitspraak
7 november 2025
Publicatiedatum
6 november 2025
Zaaknummer
25/00855
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:36a AwbStb 2020, 99
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens niet-digitaal indienen

Belanghebbende, een besloten vennootschap, stelde beroep in cassatie in tegen een uitspraak van de Rechtbank Den Haag. Volgens het Inwerkingtredingsbesluit digitaal procederen in bestuursrechtelijke cassatieprocedures is een rechtspersoon verplicht het beroepschrift digitaal in te dienen via het webportaal van de Hoge Raad.

De griffier van de Hoge Raad verzocht belanghebbende bij aangetekende brief om het beroepschrift alsnog digitaal in te dienen binnen vier weken. Deze brief werd afgeleverd, maar belanghebbende gaf geen gehoor aan dit verzoek.

De Hoge Raad verklaarde het beroep in cassatie niet-ontvankelijk op grond van artikel 8:36a, lid 5, Awb vanwege het niet naleven van de digitale indieningsplicht. De Hoge Raad liet het in het midden of het onbetaald laten van het griffierecht verschoonbaar was. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet digitaal indienen van het beroepschrift.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
BELASTINGKAMER
Nummer25/00855
Datum7 november 2025
ARREST
op het door [X] B.V. (hierna: belanghebbende) ingestelde beroep in cassatie tegen de uitspraak van de Rechtbank Den Haag van 24 januari 2025, nr. SGR 23/2771 V.

1.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie

1.1
In deze zaak heeft belanghebbende, een rechtspersoon (een besloten vennootschap), bij aangetekende brief beroep in cassatie ingesteld tegen de uitspraak van de Rechtbank.
1.2
Artikel 1 van Pro het Inwerkingtredingsbesluit digitaal procederen in bestuursrechtelijke cassatieprocedures [1] brengt mee dat een rechtspersoon verplicht is digitaal te procederen. In deze zaak had het beroepschrift in cassatie dus digitaal, via het webportaal van de Hoge Raad, moeten worden ingediend. De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende daarom bij brief van 13 maart 2025 verzocht het beroepschrift in cassatie binnen 4 weken via het webportaal van de Hoge Raad in te dienen. Deze brief is aangetekend verzonden en is volgens de gegevens van Track&Trace van PostNL afgeleverd op het door belanghebbende opgegeven adres. Belanghebbende heeft geen gevolg gegeven aan dat verzoek. Daarom zal de Hoge Raad met toepassing van artikel 8:36a, lid 5, Awb het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaren.
1.3
Om redenen van proceseconomie laat de Hoge Raad in het midden of het onbetaald laten van het voor het cassatieberoep verschuldigde griffierecht verschoonbaar is in verband met betalingsonmacht.

2.Proceskosten

De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.E. van Hilten als voorzitter, en de raadsheren E.N. Punt en M.A. Fierstra, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 7 november 2025.

Voetnoten

1.Stb 2020, 99.