Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van de cassatiemiddelen
3.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
4.Beslissing
14 oktober 2025.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin de verdachte, een rechtspersoon, werd veroordeeld voor medeplegen van voortgezette oplichting. De Hoge Raad heeft de klachten van de verdachte beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest, behalve wat betreft de hoogte van de opgelegde geldboete.
De advocaat-generaal had geconcludeerd tot vernietiging van het arrest met betrekking tot de geldboete en vermindering daarvan naar een gebruikelijke maatstaf, terwijl het beroep voor het overige werd verworpen. De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en wijst erop dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 lid 1 EVRM Pro is overschreden, wat leidt tot een vermindering van de geldboete.
De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest van het hof uitsluitend voor wat betreft de hoogte van de geldboete en vermindert deze van €450.000 naar €447.500. Het beroep wordt voor het overige verworpen. Het arrest is gewezen door de vice-president en twee raadsheren, en uitgesproken tijdens een openbare terechtzitting.
Uitkomst: Geldboete verminderd van €450.000 naar €447.500 wegens overschrijding redelijke termijn; beroep verder verworpen.