Uitspraak
1.Procesverloop
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
10 oktober 2025.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep van een werkneemster tegen de ontbinding van haar arbeidsovereenkomst door het gerechtshof Den Haag. De ontbinding was gebaseerd op een verstoorde arbeidsverhouding, waarbij het hof oordeelde dat aan de vereisten van artikel 7:669 lid 1 en Pro lid 3 onder g van het Burgerlijk Wetboek was voldaan. De werkneemster stelde dat het hof ten onrechte had geoordeeld over de verwijtbaarheid en het causaal verband voor een billijke vergoeding.
De Hoge Raad heeft de klachten van de werkneemster beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het hofarrest. De Hoge Raad achtte het niet noodzakelijk om de motivering van het hof nader toe te lichten, omdat de klachten niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.
De Hoge Raad heeft het cassatieberoep verworpen en de werkneemster veroordeeld in de proceskosten van het cassatiegeding. Hiermee blijft de ontbinding van de arbeidsovereenkomst en de beslissing over de billijke vergoeding in stand zoals vastgesteld door het hof.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de werkneemster wordt verworpen en de ontbinding van de arbeidsovereenkomst blijft in stand.