Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het eerste en het tweede cassatiemiddel
3.Beoordeling van het derde cassatiemiddel
4.Beslissing
14 oktober 2025.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin de verdachte werd veroordeeld voor medeplegen van witwassen en valsheid in geschrift. De verdachte stelde diverse cassatiemiddelen voor, waaronder klachten over bewijs en het niet horen van een medeverdachte als getuige.
De Hoge Raad oordeelde dat de klachten over het bewijs en het verweer betreffende het getuigenverhoor niet tot vernietiging van het arrest konden leiden. De Hoge Raad hoefde deze klachten niet inhoudelijk te motiveren omdat zij niet van belang waren voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.
Wel werd geoordeeld dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 lid 1 EVRM Pro was overschreden doordat de stukken te laat door het hof waren ingezonden en de uitspraak meer dan twee jaar na het instellen van het cassatieberoep plaatsvond. Dit leidde tot een vermindering van de opgelegde gevangenisstraf met drie jaar.
De Hoge Raad vernietigde het arrest uitsluitend voor wat betreft de strafmaat en stelde de gevangenisstraf vast op twee jaar en negen maanden. Het beroep werd voor het overige verworpen.
Uitkomst: De gevangenisstraf is verminderd tot twee jaar en negen maanden wegens overschrijding van de redelijke termijn.