Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2025:1507

Hoge Raad

Datum uitspraak
14 oktober 2025
Publicatiedatum
7 oktober 2025
Zaaknummer
24/01304
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 141 lid 1 SrArt. 81 lid 1 Wet op de rechterlijke organisatie
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatie in zaak openlijke geweldpleging tijdens demonstratie

In deze strafzaak stond openlijke geweldpleging tijdens een demonstratie in Eindhoven in 2019 centraal. De verdachte werd door het gerechtshof 's-Hertogenbosch veroordeeld. Hij stelde in cassatie een middel in met betrekking tot de bewijsklacht over het opzet.

De Hoge Raad heeft het cassatiemiddel beoordeeld en geoordeeld dat de klachten niet leiden tot vernietiging van het arrest van het hof. De Hoge Raad achtte het niet noodzakelijk om de motivering van het oordeel van het hof te toetsen, omdat de vragen niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.

Het cassatieberoep werd verworpen, waarmee het arrest van het hof in stand bleef. De Hoge Raad bevestigt daarmee de verantwoordelijkheid van de verdachte voor het geweld dat plaatsvond, ook nadat hij kort na aanvang van de gewelddadigheden was vertrokken.

De uitspraak werd gedaan door de vice-president van den Brink als voorzitter, met raadsheren Caminada en Posthumus, en de waarnemend griffier Lugtenburg aanwezig.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de veroordeling voor openlijke geweldpleging.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer24/01304
Datum14 oktober 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 3 april 2024, nummer 20-002397-20, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1973,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben de advocaten R.J. Baumgardt en M.J. van Berlo bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren C. Caminada en F. Posthumus, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
14 oktober 2025.