Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2025:1498

Hoge Raad

Datum uitspraak
14 oktober 2025
Publicatiedatum
6 oktober 2025
Zaaknummer
23/04336
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 310 SrArt. 311 lid 1 sub 5 SrArt. 300 lid 1 SrArt. 81 lid 1 Wet op de rechterlijke organisatieArt. 6:6:5.1 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep in zaak poging tot diefstal en mishandeling met vordering tenuitvoerlegging ISD-maatregel

De zaak betreft een cassatieberoep van de verdachte tegen het arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 3 november 2023, waarin hij werd veroordeeld voor meermalen gepleegde poging tot diefstal door braak en mishandeling. Tevens speelde een vordering tot tenuitvoerlegging van een eerder voorwaardelijk opgelegde ISD-maatregel.

De verdediging voerde aan dat de vordering tot tenuitvoerlegging van de ISD-maatregel moest worden afgewezen omdat behandeling in een forensisch psychiatrische kliniek in het kader van de voorwaardelijke straf de voorkeur verdiende. De Hoge Raad heeft deze klachten beoordeeld maar geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het hofarrest.

De Hoge Raad heeft geen nadere motivering gegeven omdat het oordeel geen vragen van belang voor de eenheid of ontwikkeling van het recht betreft, conform artikel 81 lid 1 Wet Pro op de rechterlijke organisatie. Het beroep is derhalve verworpen en het arrest van het hof blijft in stand.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de vordering tot tenuitvoerlegging van de ISD-maatregel wordt gehandhaafd.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer23/04336
Datum14 oktober 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 3 november 2023, nummer 20-002433-22, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1991,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat H.M.W. Daamen bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal P.M. Frielink heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadsman van de verdachte heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2.Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren C. Caminada en F. Posthumus, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
14 oktober 2025.