Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2025:1497

Hoge Raad

Datum uitspraak
14 oktober 2025
Publicatiedatum
6 oktober 2025
Zaaknummer
23/04335
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 266.1 SrArt. 267.1.2 SrArt. 180 SrArt. 447e SrArt. 6:6:5.1 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep tegen arrest inzake belediging politieagent, wederspannigheid en niet tonen identiteitsbewijs

In deze strafzaak stond de verdachte terecht voor belediging van een politieagent, wederspannigheid en het niet tonen van een identiteitsbewijs. Het gerechtshof 's-Hertogenbosch had eerder een arrest gewezen waarin onder meer de tenuitvoerlegging van een voorwaardelijk opgelegde ISD-maatregel werd bevestigd.

De verdachte stelde in cassatie dat de vordering tot tenuitvoerlegging van de ISD-maatregel moest worden afgewezen omdat behandeling in een forensisch psychiatrische kliniek in het kader van de voorwaardelijke straf de voorkeur verdiende. De advocaat-generaal adviseerde tot verwerping van het cassatieberoep.

De Hoge Raad heeft het cassatiemiddel beoordeeld en geoordeeld dat de klachten niet leiden tot vernietiging van het arrest van het hof. De Hoge Raad zag geen noodzaak om de beslissing nader te motiveren, gelet op artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie, omdat het oordeel geen vragen voor de eenheid of ontwikkeling van het recht betreft.

Daarom heeft de Hoge Raad het beroep verworpen en het arrest van het hof bekrachtigd. Hiermee blijft de tenuitvoerlegging van de voorwaardelijk opgelegde ISD-maatregel ongewijzigd.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de tenuitvoerlegging van de voorwaardelijk opgelegde ISD-maatregel bevestigd.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer23/04335
Datum14 oktober 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 3 november 2023, nummer 20-000677-23, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1991,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat H.M.W. Daamen bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal P.M. Frielink heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadsman van de verdachte heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2.Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren C. Caminada en F. Posthumus, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
14 oktober 2025.