ECLI:NL:HR:2025:1330
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens niet betaling griffierecht
Belanghebbende, vertegenwoordigd door A.F.M.J. Verhoeven, stelde beroep in cassatie in tegen een uitspraak van de Rechtbank Den Haag van 14 maart 2025. De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende op 5 juni 2025 schriftelijk gewezen op de verplichting tot betaling van griffierecht en een termijn van vier weken gesteld voor betaling.
De brief is volgens Track&Trace bezorgd op het opgegeven adres, maar het griffierecht is niet voldaan. Op 8 juli 2025 plaatste de griffier een bericht in het digitale dossier van belanghebbende en stuurde een kennisgeving naar het opgegeven e-mailadres, waarmee belanghebbende op de hoogte werd gesteld van de niet-betaling en gelegenheid kreeg om te reageren.
Belanghebbende heeft geen gebruik gemaakt van deze gelegenheid. Op grond van artikel 8:41, lid 6, Awb verklaart de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk. De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten. Het arrest is op 19 september 2025 in het openbaar uitgesproken door de vice-president en raadsheren.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet betaling van het griffierecht.