Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
16 september 2025.
Hoge Raad
In deze strafzaak tegen verdachte heeft het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden een arrest gewezen waarbij het hof oordeelde dat de dagvaarding in hoger beroep rechtsgeldig was betekend, ondanks dat deze was uitgereikt aan een medewerker van het Openbaar Ministerie omdat de woon- of verblijfplaats van verdachte niet bekend zou zijn.
De advocaat van verdachte stelde in cassatie dat het hof ten onrechte had geoordeeld dat de betekening geldig was, omdat uit een schriftelijke bijzondere volmacht bleek dat verdachte op het moment van betekening een bekend adres in Roemenië had. De dagvaarding was echter niet naar dit adres verzonden, zoals vereist op grond van artikel 36e lid 3 Sv.
De advocaat-generaal concludeerde tot vernietiging van het arrest en nietigverklaring van de dagvaarding in hoger beroep. De Hoge Raad volgt dit advies en vernietigt het arrest van het hof. De betekening van de dagvaarding in hoger beroep wordt verklaard nietig vanwege het ontbreken van verzending naar het bekende buitenlandse adres van verdachte.
Deze uitspraak benadrukt het belang van correcte betekening van dagvaardingen in hoger beroep, vooral wanneer verdachte een bekend verblijfadres in het buitenland heeft.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest en verklaart de betekening van de dagvaarding in hoger beroep nietig wegens niet-verzending naar het bekende buitenlandse adres van verdachte.