ECLI:NL:HR:2025:130

Hoge Raad

Datum uitspraak
28 januari 2025
Publicatiedatum
24 januari 2025
Zaaknummer
23/01612
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 225 lid 1 SrArt. 420bis lid 1 sub a SrArt. 420bis lid 1 sub b SrArt. 81 lid 1 Wet op de rechterlijke organisatieArt. 359 lid 2 Sv
Verwijzingen
6 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatie in zaak medeplegen valsheid in geschrift en witwassen

De verdachte werd door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden veroordeeld voor medeplegen van meermalen gepleegde valsheid in geschrift en medeplegen van witwassen van uit valsheid in geschrift verkregen geldbedragen. Het hof legde een gevangenisstraf op van 12 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk.

In cassatie stelde de verdachte meerdere klachten in, waaronder de innerlijke tegenstrijdigheid van de dagvaarding, bewijsklachten over de valsheid van creditfacturen en het witwassen, en het verzoek tot aanhouding van de zaak voor inzage in een beslagdossier. De Hoge Raad oordeelde dat het hof terecht had geoordeeld dat het aanhoudingsverzoek onvoldoende was onderbouwd en dat de bewijsklachten niet konden leiden tot vernietiging van het arrest.

De Hoge Raad hoefde geen inhoudelijke motivering te geven omdat de klachten niet van belang waren voor de eenheid of ontwikkeling van het recht. Het cassatieberoep werd derhalve verworpen, waarmee het arrest van het hof in stand bleef.

De strafmotivering door het hof, waaronder de hoogte van het benadelingsbedrag en de toepassing van artikel 359 lid 2 Sv Pro met betrekking tot het tijdsverloop, werd door de Hoge Raad niet betwist. Hiermee is de strafoplegging definitief bevestigd.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de straf van 12 maanden gevangenisstraf, waarvan 6 maanden voorwaardelijk.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer23/01612
Datum28 januari 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 12 april 2023, nummer 21-004462-20, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1969,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben J.N. de Boer, advocaat in Amsterdam en D.C. Molenaars, advocaat in Breda, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadslieden van de verdachte hebben daarop schriftelijk gereageerd.

2.Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
28 januari 2025.