Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2025:1154

Hoge Raad

Datum uitspraak
18 juli 2025
Publicatiedatum
17 juli 2025
Zaaknummer
24/03062
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt oordeel hof over onrechtmatige daad en Spaanse villa-aansprakelijkheid bestuurder

In deze zaak stond de aansprakelijkheid van een bestuurder centraal in verband met vermeende misleiding bij het aantrekken van investeringen voor een Spaanse villa en de besteding van de geïnvesteerde gelden. De eiser vorderde onder meer terugbetaling van bedragen die op grond van een vonnis in eerste aanleg waren betaald en vergoeding van werkelijke proceskosten.

De procedure omvatte meerdere vonnissen van de rechtbank Midden-Nederland en arresten van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Na behandeling van het incidentele cassatieberoep en het principale cassatieberoep heeft de Hoge Raad de klachten over het arrest van het hof beoordeeld.

De Hoge Raad oordeelt dat de klachten niet leiden tot vernietiging van het arrest en wijst de beroepen af. Tevens veroordeelt de Hoge Raad beide partijen in de kosten van het geding in cassatie. De uitspraak is gedaan door een kamer van drie raadsheren, waarbij het arrest in het openbaar is uitgesproken.

De Hoge Raad ziet geen aanleiding om inhoudelijk te motiveren omdat de klachten niet relevant zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het principale en incidentele cassatieberoep en bevestigt het arrest van het hof.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer24/03062
Datum18 juli 2025
ARREST
In de zaak van
[eiser],
wonende te [plaats], België,
EISER tot cassatie, verweerder in het incidentele cassatieberoep,
hierna: [eiser],
advocaat: N.E. Groeneveld-Tijssens,
tegen
1. TECHFRONT VENTURES B.V.,
gevestigd te Veenendaal,
2. B.V. BOUWMAATSCHAPPIJ “WATERGRAAFSMEER”,
gevestigd te Amsterdam,
3. N.V. “DE DUCKENBURG”,
gevestigd te Amsterdam,
VERWEERSTERS in cassatie, eiseressen in het incidentele cassatieberoep,
hierna gezamenlijk: Techfront c.s.,
advocaten: J.H.M. van Swaaij en R.J. ter Rele.

1.Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de vonnissen in de zaak C/16/498773 / HL ZA 20-75 van de rechtbank Midden-Nederland van 13 mei 2020, 26 augustus 2020, 14 april 2021 (rolbeslissing) en 25 mei 2022, en de beslissing op het art. 31 Rv Pro-verzoek van 13 juli 2022;
b. de arresten in de zaak 200.316.553/01 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 26 september 2023 en 7 mei 2024, en de beslissing op het art. 32 Rv Pro-verzoek van 16 juli 2024.
[eiser] heeft tegen het arrest van het hof van 7 mei 2024 beroep in cassatie ingesteld.
Techfront c.s. hebben tegen dit arrest incidenteel cassatieberoep ingesteld.
Partijen hebben over en weer geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal B.F. Assink strekt tot verwerping van het principale cassatieberoep en van het incidentele cassatieberoep.
De advocaten van partijen hebben schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2.Beoordeling van de middelen in het principale en in het incidentele beroep

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad:
in het principale beroep:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Techfront c.s. begroot op € 8.206,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [eiser] deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.
in het incidentele beroep:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt Techfront c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [eiser] begroot op € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien Techfront c.s. deze niet binnen veertien dagen na heden hebben voldaan.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren T.H. Tanja-van den Broek, als voorzitter, A.E.B. ter Heide en F.R. Salomons, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op
18 juli 2025.