Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
3.Beoordeling van het tweede cassatiemiddel
4.Beslissing
8 juli 2025.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam waarin verdachte werd veroordeeld voor feitelijk leidinggeven aan het doen van onjuiste aangiften omzetbelasting en valsheid in geschrift door de rechtspersoon [B] B.V. in de periode van 2015 tot 2017.
Het hof stelde vast dat verdachte als enig bestuurder en aandeelhouder van [B] B.V. een sturende en controlerende rol had bij de schroothandel met het Verenigd Koninkrijk, waarbij onjuiste btw-aangiften werden ingediend en valse facturen werden opgemaakt om btw-fraude te verbergen. De verdachte was actief betrokken bij de controle van facturen, ondertekening van aangiften en toezicht op betalingen, en was op de hoogte van de constructie via whatsappberichten.
De verdediging voerde onder meer aan dat verdachte niet de benodigde wetenschap had en niet betrokken was bij de fraude, maar het hof verwierp deze stellingen op basis van bewijs en gedragsanalyse. De Hoge Raad sluit zich aan bij het oordeel van het hof en wijst de cassatiegronden af, waarmee het arrest van het hof in stand blijft.
De Hoge Raad bevestigt hiermee de bewezenverklaring dat verdachte feitelijk leiding heeft gegeven aan de btw-fraude en valsheid in geschrift, en verwerpt het cassatieberoep.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt dat verdachte feitelijk leiding heeft gegeven aan btw-fraude en valsheid in geschrift.