Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van de cassatiemiddelen
3.Beslissing
1 juli 2025.
Hoge Raad
De verdachte werd door het gerechtshof 's-Hertogenbosch veroordeeld voor medeplegen van gewoontewitwassen van grote hoeveelheden contant geld en het verkopen en aanwezig hebben van cocaïne. De gedragingen van verdachte betroffen onder meer het wegbrengen van grote sommen geld naar een loods waar het geld werd geteld, verpakt, verborgen en/of verhuld, hetgeen onder de strafbare feiten van gewoontewitwassen valt.
In cassatie stelde de verdachte meerdere klachten in, waaronder de vraag of zijn gedragingen daadwerkelijk onder gewoontewitwassen vielen, of het hof bij de strafoplegging voldoende rekening had gehouden met de langere pleegperiode, en of de opgelegde geldboete uitsluitend was bedoeld als afroomboete om wederrechtelijk verkregen voordeel te ontnemen.
De advocaat-generaal adviseerde tot vernietiging van het arrest voor zover het de straf betreft, met vermindering van de straf, maar verwerping van het beroep voor het overige. De Hoge Raad oordeelde echter dat de klachten niet tot vernietiging konden leiden en verwierp het cassatieberoep zonder nadere motivering, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de straf van zes jaren gevangenisstraf en geldboete van €59.500 wordt bevestigd.