Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
3.Beoordeling van het tweede cassatiemiddel
4.Beslissing
1 juli 2025.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam in een strafzaak over medeplegen en bezit van bijna een kilo cocaïne. De verdachte verzocht herhaaldelijk om een medeverdachte als getuige te horen, die een belastende verklaring had afgelegd. Dit verzoek werd door het hof afgewezen omdat de getuige onvindbaar was en niet binnen een aanvaardbare termijn kon worden gehoord.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof onvoldoende heeft gemotiveerd waarom het niet mogelijk zou zijn om aanvullende inspanningen te verrichten om de getuige alsnog te horen. Het hof baseerde zich vooral op eerdere pogingen en het ontbreken van aanknopingspunten over de verblijfplaats, maar onderzocht niet of extra maatregelen mogelijk waren. Ook het standpunt van de advocaat-generaal was ontoereikend gemotiveerd.
De Hoge Raad benadrukt dat de rechter alle redelijke inspanningen moet verrichten om getuigen te horen, zeker gezien het recht op een eerlijk proces en het ondervragingsrecht volgens het EVRM. Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest van het hof voor zover het gaat om het getuigenverzoek en de strafoplegging en verwijst de zaak terug naar het hof Amsterdam voor hernieuwde behandeling. Het beroep wordt voor het overige verworpen.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof Amsterdam en verwijst de zaak terug voor hernieuwde beoordeling van het getuigenverzoek en de strafoplegging.