Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
3.Beoordeling van het tweede cassatiemiddel
6.3 Op grond van artikel 6 EVRM Pro heeft iemand die strafrechtelijk wordt vervolgd, recht op berechting van zijn zaak binnen ‘een redelijke termijn’. Daarvan is volgens de vaste rechtspraak van de Hoge Raad sprake als een zaak binnen twee jaar in eerste aanleg is afgerond. Een belangrijk standaardarrest is Hoge Raad, 3 oktober 2000, NJ 2000, 721. De autoriteiten meenden zelf dat zij verdachten de cautie moesten verlenen op 11 oktober 2016. Dan is het niet meer dan gerechtvaardigd om uit te gaan van een criminal charge vanaf dat moment. Dan zijn we sindsdien bijna 5 jaar verder. Een (aanzienlijke) overschrijding van de redelijke termijn. Het is bovendien de keus van het OM te appelleren en cliënt nog langer in onzekerheid te laten verkeren.
4.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak
5.Beslissing
1 juli 2025.