ECLI:NL:HR:2024:967

Hoge Raad

Datum uitspraak
28 juni 2024
Publicatiedatum
27 juni 2024
Zaaknummer
23/03621
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 7:670 BW
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep inzake opzegverbod tijdens ziekte

In deze zaak heeft verzoeker cassatieberoep ingesteld tegen een beschikking van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie betreffende klachten die samenhangen met het opzegverbod tijdens ziekte, zoals geregeld in artikel 7:670 BW Pro. De Hoge Raad verwijst voor het geding in de feitelijke instanties naar eerdere uitspraken van het Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten en het Gemeenschappelijk Hof van Justitie.

De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd dat het cassatieberoep moet worden verworpen, en de Hoge Raad volgt dit advies. De klachten van verzoeker leiden niet tot vernietiging van de beschikking van het hof. De Hoge Raad acht het niet noodzakelijk om een motivering te geven, omdat de beoordeling niet van belang is voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.

De Hoge Raad besluit het beroep te verwerpen en veroordeelt verzoeker in de kosten van het geding in cassatie, begroot op een totaal van €2.657,--, vermeerderd met wettelijke rente indien niet binnen veertien dagen voldaan. De beschikking is gegeven door de vicepresident als voorzitter en twee raadsheren, en in het openbaar uitgesproken door een raadsheer.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en verzoeker wordt veroordeeld in de proceskosten.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer23/03621
Datum28 juni 2024
BESCHIKKING
In de zaak van
[verzoeker],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
hierna: [verzoeker],
advocaat: S.F. Sagel,
tegen
DE STAAT DER NEDERLANDEN (Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties),
zetelende te Den Haag,
VERWEERDER in cassatie,
hierna: de Staat,
advocaat: J.W.H. van Wijk.

1.Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de beschikking in de zaak SXM202200635 van het Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten van 12 juli 2022;
b. de beschikking in de zaak SXM202200635/SXM2022H00104 van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba van 16 juni 2023.
[verzoeker] heeft tegen de beschikking van het hof beroep in cassatie ingesteld.
De Staat heeft verzocht het beroep te verwerpen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal B.J. Drijber strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [verzoeker] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2.Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over de beschikking van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die beschikking. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt [verzoeker] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Staat begroot op € 857,-- aan verschotten en € 1.800,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [verzoeker] deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.
Deze beschikking is gegeven door de vicepresident M.J. Kroeze als voorzitter en de raadsheren H.M. Wattendorff en F.J.P. Lock, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op
28 juni 2024.