Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
2 juli 2024.
Hoge Raad
In deze strafzaak stond de verdachte terecht voor medeplegen van het opzettelijk invoeren, afleveren en vervoeren van 1.200 kilogram cocaïne. De feiten dateren uit 2014, toen de verdachte als werknemer van een schip twee drijvers met sporttassen en jerrycans te water liet in de Westerschelde.
De verdachte stelde in cassatie diverse klachten in over zijn betrokkenheid, het voorwaardelijk opzet en medeplegen. De advocaat-generaal concludeerde tot verwerping van het cassatieberoep. De Hoge Raad heeft de klachten beoordeeld maar vond geen reden tot vernietiging van het hofarrest.
Het arrest van de Hoge Raad is op 2 juli 2024 gewezen en bevat geen nadere motivering omdat de klachten niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht. Hiermee blijft het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 23 november 2022 onverminderd van kracht.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de veroordeling voor medeplegen van invoer van 1.200 kg cocaïne.