Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van de cassatiemiddelen
3.Beslissing
18 juni 2024.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag waarin een 53-jarige verdachte werd veroordeeld voor ontucht met een 15-jarig meisje. Het hof had het bewijs beoordeeld, waaronder de verklaringen van het slachtoffer en een getuige, alsmede de verklaring van de verdachte bij aanhouding. Tevens werd de toelaatbaarheid van een bijzondere voorwaarde betreffende openheid over relaties en seksualiteit besproken.
De verdachte stelde in cassatie meerdere klachten in, onder meer over de betrouwbaarheid van de verklaringen en de bijzondere voorwaarde. De Hoge Raad heeft deze klachten beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het hofarrest. De Hoge Raad achtte het niet noodzakelijk om de motivering te geven, omdat de klachten geen vragen van belang voor de rechtsontwikkeling bevatten.
Het arrest is gewezen door de vice-president en twee raadsheren en uitgesproken in openbare terechtzitting op 18 juni 2024. Het cassatieberoep is verworpen, waarmee het hofarrest in stand blijft.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de verdachte wordt verworpen en het hofarrest blijft in stand.