ECLI:NL:HR:2024:824
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond in zaak over ambtshalve vermindering belastingaanslagen
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen de uitspraak van de Rechtbank Gelderland van 11 december 2023, waarin het verzet tegen een eerdere uitspraak van 15 maart 2023 werd behandeld. Deze eerdere uitspraak betrof een verzoek om ambtshalve vermindering van de voor de jaren 2017 tot en met 2020 opgelegde aanslagen in de inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen.
De Hoge Raad heeft de ingediende klachten van belanghebbende beoordeeld maar geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van de uitspraak van de Rechtbank. Daarbij heeft de Hoge Raad geen nadere motivering gegeven omdat beantwoording van de vragen niet noodzakelijk was voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.
Ten aanzien van de proceskosten heeft de Hoge Raad geen aanleiding gezien tot veroordeling. Het arrest is gewezen door de raadsheren Feteris, Wortel en van der Voort Maarschalk en in het openbaar uitgesproken op 7 juni 2024.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard.