Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
3.Beslissing
11 juni 2024.
Hoge Raad
In deze zaak wordt het cassatieberoep van verdachte behandeld, die werd veroordeeld voor doodslag op zijn moeder in 2020 in Heerde. De feiten betreffen het wurgen van zijn moeder tijdens een ruzie in haar woning, waarop het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden een TBS met dwangverpleging oplegde.
De verdachte stelde beroep in cassatie in en liet zich bijstaan door advocaat J. Boksem. De Hoge Raad gaf de procureur-generaal de gelegenheid een advies uit te brengen, maar deze bracht geen schriftelijk standpunt uit. Op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie besloot de Hoge Raad het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk te verklaren.
Het arrest werd gewezen door de vice-president en twee raadsheren, en uitgesproken in een openbare terechtzitting op 11 juni 2024. Hiermee blijft het arrest van het gerechtshof in stand en wordt het cassatieberoep van verdachte afgewezen.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard op grond van artikel 80a RO.