ECLI:NL:HR:2024:811

Hoge Raad

Datum uitspraak
11 juni 2024
Publicatiedatum
4 juni 2024
Zaaknummer
23/02158
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Artikel 80a RO-zaken
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 80a Wet op de rechterlijke organisatieArt. 289 Sr
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep in zaak doodslag moeder in Heerde

In deze zaak wordt het cassatieberoep van verdachte behandeld, die werd veroordeeld voor doodslag op zijn moeder in 2020 in Heerde. De feiten betreffen het wurgen van zijn moeder tijdens een ruzie in haar woning, waarop het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden een TBS met dwangverpleging oplegde.

De verdachte stelde beroep in cassatie in en liet zich bijstaan door advocaat J. Boksem. De Hoge Raad gaf de procureur-generaal de gelegenheid een advies uit te brengen, maar deze bracht geen schriftelijk standpunt uit. Op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie besloot de Hoge Raad het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk te verklaren.

Het arrest werd gewezen door de vice-president en twee raadsheren, en uitgesproken in een openbare terechtzitting op 11 juni 2024. Hiermee blijft het arrest van het gerechtshof in stand en wordt het cassatieberoep van verdachte afgewezen.

Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard op grond van artikel 80a RO.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer23/02158
Datum11 juni 2024
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 23 mei 2023, nummer 21-003655-21, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1974,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J. Boksem, advocaat in Leeuwarden, een schriftuur ingediend. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De procureur-generaal bij de Hoge Raad heeft de gelegenheid gekregen een advies uit te brengen. De Hoge Raad is tot het oordeel gekomen dat het cassatieberoep duidelijk niet kan slagen. Hij zal daarom gebruikmaken van de mogelijkheid om het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk te verklaren (zie artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren M. Kuijer en C. Caminada, in bijzijn van de waarnemend griffier B.C. Broekhuizen-Meuter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
11 juni 2024.