ECLI:NL:HR:2024:80

Hoge Raad

Datum uitspraak
30 januari 2024
Publicatiedatum
25 januari 2024
Zaaknummer
23/02531
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5.1.11 SvArt. 552a SvArt. 81 Wet op de rechterlijke organisatieArt. 94 Sv
Verwijzingen
9 uitgaand · 7 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep inzake beslaglegging op smart drugs bedrijf

De zaak betreft een cassatieberoep ingesteld door een bedrijf dat handelt in smart drugs en designer drugs tegen een beschikking van de rechtbank Oost-Brabant. De rechtbank had een klaagschrift ongegrond verklaard dat was ingediend tegen beslaglegging op diverse goederen van het bedrijf en haar bestuurder, naar aanleiding van Amerikaanse rechtshulpverzoeken.

De Hoge Raad beoordeelde onder meer de bevoegdheid van de rechtbank Oost-Brabant om te beslissen over het beklag, de motivering van de beslissing tot ongegrondverklaring, en de naleving van de termijn van 30 dagen voor beslissing op het klaagschrift. De Hoge Raad achtte het niet nodig om inhoudelijk op de klachten in te gaan omdat deze niet relevant waren voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.

Uiteindelijk verwierp de Hoge Raad het cassatieberoep, waarmee de uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant in stand bleef. De beschikking werd uitgesproken door de vice-president en raadsheren tijdens een openbare terechtzitting op 30 januari 2024.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de beschikking van de rechtbank Oost-Brabant.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer23/02531 Br
Datum30 januari 2024
BESCHIKKING
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de rechtbank Oost-Brabant van 30 mei 2023, nummer RK 22/027247, op een klaagschrift als bedoeld in artikel 5.1.11 in verbinding met artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend
door
[klaagster],
gevestigd te [vestigingsplaats],
hierna: de klaagster.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de klaagster. Namens deze hebben M.M. Kuyp en J.L. Baar, beiden advocaat te Laren NH, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot verwerping van het cassatieberoep.

2.Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van de rechtbank beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren T. Kooijmans en F. Posthumus, in bijzijn van de waarnemend griffier B.C. Broekhuizen-Meuter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
30 januari 2024.