ECLI:NL:HR:2024:768

Hoge Raad

Datum uitspraak
28 mei 2024
Publicatiedatum
24 mei 2024
Zaaknummer
22/04138
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 312.1 SrArt. 310 SrArt. 6 lid 1 EVRM
Verwijzingen
6 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vermindering gevangenisstraf wegens termijnoverschrijding bij diefstalzaak

De Hoge Raad behandelde het cassatieberoep van verdachte tegen het arrest van het gerechtshof Amsterdam betreffende diefstal met geweld en diefstal. De verdachte was in eerste aanleg vrijgesproken vanwege een bewijsklacht over de plaats van het delict. Het hof verklaarde de diefstallen bewezen tijdens een treinreis van Rotterdam naar Amsterdam, maar kon niet exact de plaats bepalen. De Hoge Raad oordeelde dat dit niet tot cassatie hoeft te leiden, omdat na terugwijzing de tenlastelegging kan worden aangepast zodat de feiten in Amsterdam of in Nederland zijn gepleegd.

De advocaat-generaal concludeerde tot vernietiging van het hofsvonnis uitsluitend voor de strafduur, met vermindering van de gevangenisstraf naar de gebruikelijke maatstaf. De Hoge Raad stelde vast dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 lid 1 EVRM Pro was overschreden door late inzending van stukken door het hof, wat een vermindering van zes maanden straf rechtvaardigt.

De Hoge Raad vernietigde daarom het hofsvonnis alleen voor de strafduur en verminderde de gevangenisstraf tot vijf maanden en drie weken. Het beroep werd voor het overige verworpen. Hiermee werd bevestigd dat de bewezenverklaring standhoudt ondanks de onduidelijkheid over de exacte plaats van de diefstallen binnen het traject.

Uitkomst: De gevangenisstraf wordt verminderd tot vijf maanden en drie weken wegens overschrijding van de redelijke termijn.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer22/04138
Datum28 mei 2024
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 24 augustus 2022, nummer 23-002663-21, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1998,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft E.E.W.J. Maessen, advocaat in Maastricht, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot vernietiging van de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf, tot vermindering daarvan naar de gebruikelijke maatstaf en tot verwerping van het beroep voor het overige.

2.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel

2.1
Het cassatiemiddel klaagt dat het hof onvoldoende gemotiveerd heeft bewezenverklaard dat het onder 1 en 2 tenlastegelegde “te Amsterdam” is begaan.
2.2
Het cassatiemiddel faalt. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 11 tot en met 16.

3.Beoordeling van het tweede cassatiemiddel

3.1
Het cassatiemiddel klaagt dat in de cassatiefase de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 van Pro het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden is overschreden omdat de stukken te laat door het hof zijn ingezonden.
3.2
Het cassatiemiddel is gegrond. Dit moet leiden tot vermindering van de opgelegde gevangenisstraf van zes maanden.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf;
- vermindert deze in die zin dat deze vijf maanden en drie weken beloopt;
- verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren M. Kuijer en T.B. Trotman, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
28 mei 2024.