ECLI:NL:HR:2024:757

Hoge Raad

Datum uitspraak
28 mei 2024
Publicatiedatum
24 mei 2024
Zaaknummer
22/04204
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 416 lid 2 SvArt. 8.5 WVW 1994
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep rijden onder invloed wegens grievenformulier

In deze strafzaak ging het om de ontvankelijkheid van het hoger beroep van een verdachte die was veroordeeld voor rijden onder invloed. Het gerechtshof Amsterdam verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk omdat er volgens het hof geen schriftuur houdende grieven door of namens de verdachte was ingediend.

Bij de stukken bevond zich echter een grievenformulier op naam van de verdachte, waarin hij aangaf het niet eens te zijn met de opgelegde straf en een nieuwe behandeling wenste. Dit formulier werd door het hof niet als schriftuur houdende grieven aangemerkt. De verdachte stelde daarom cassatie in tegen deze niet-ontvankelijkverklaring.

De Hoge Raad oordeelde dat het oordeel van het hof niet zonder meer begrijpelijk was, aangezien het grievenformulier wel degelijk een schriftuur houdende grieven bevatte. Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest van het hof en wees de zaak terug naar het gerechtshof Amsterdam voor een nieuwe berechting en beslissing.

De advocaat-generaal had eveneens geconcludeerd tot vernietiging en terugwijzing. Het arrest werd uitgesproken door de Hoge Raad op 28 mei 2024.

Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en wijst de zaak terug voor nieuwe berechting wegens onjuiste niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer22/04204
Datum28 mei 2024
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 26 oktober 2022, nummer 23-001985-22, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1984,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft R.J. Wortelboer, advocaat in Heerhugowaard, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot vernietiging van de uitspraak van het hof en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Amsterdam, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.

2.Beoordeling van het cassatiemiddel

2.1
Het cassatiemiddel keert zich tegen de niet-ontvankelijkverklaring door het hof van het door de verdachte ingestelde hoger beroep.
2.2.1
Het hof heeft – bij verstek – het door de verdachte ingestelde hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard en heeft daartoe overwogen:
“Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep
Door of namens de verdachte is geen schriftuur houdende grieven ingediend. Evenmin zijn mondeling bezwaren tegen het vonnis opgegeven. Ook overigens is niet gebleken van enig rechtens te respecteren belang dat is gediend met enig onderzoek van de zaak. Om die reden wordt de verdachte niet-ontvankelijk verklaard in het ingestelde hoger beroep, gelet op het bepaalde in artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering.”
2.2.2
Bij de stukken bevindt zich een op naam van de verdachte gesteld ‘Grievenformulier’. Dit formulier houdt onder meer in:
“Om één of meer van de volgende redenen kom ik in hoger beroep:
(...)
Ik ben wel bij de zitting aanwezig geweest, maar ik wil een nieuwe behandeling, om de volgende reden(en):
niet eens met strafmaat.
(...)
Strafmaat
Ik heb bezwaren tegen de (hoogte van) de opgelegde straf:
cliënt is het niet eens met opgelegde straf, is van mening dat veroordeling ten onrechte tot gevolg heeft dat recidiveregeling van toepassing is.”
2.3
Gelet op het voorgaande is het oordeel van het hof dat door of namens de verdachte geen schriftuur houdende grieven is ingediend en dat het door de verdachte ingestelde hoger beroep mede daarom op de voet van artikel 416 lid 2 van Pro het Wetboek van Strafvordering niet-ontvankelijk wordt verklaard, niet zonder meer begrijpelijk.
2.4
Het cassatiemiddel is terecht voorgesteld.

3.Beslissing

De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof;
- wijst de zaak terug naar het gerechtshof Amsterdam, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en C.N. Dalebout, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
28 mei 2024.