ECLI:NL:HR:2024:731

Hoge Raad

Datum uitspraak
11 juni 2024
Publicatiedatum
17 mei 2024
Zaaknummer
22/03449
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 321 SrArt. 420bis.1.a SrArt. 4.3.5.3 Procesreglement Hoge Raad der NederlandenArt. 4.3.6.3 Procesreglement Hoge Raad der Nederlanden
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging en terugwijzing wegens ontbrekende pleitnota in hoger beroep bij verduistering en witwassen

De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 15 september 2022, waarin de verdachte werd veroordeeld voor verduistering en witwassen van een bedrag van €189.485,75.

In hoger beroep is een pleitnota overgelegd door de raadsvrouw van de verdachte, waarvan het proces-verbaal vermeldt dat deze aan het proces-verbaal gehecht zou worden. Echter, bij de stukken die aan de Hoge Raad zijn gezonden, ontbreekt de volledige versie van deze pleitnota.

Naar aanleiding van een verzoek van de raadsman is bij het hof nadere informatie ingewonnen, waaruit blijkt dat de volledige pleitnota niet meer beschikbaar is. Hierdoor kan de Hoge Raad niet nagaan of tijdens de terechtzitting in hoger beroep andere verweren of onderbouwde standpunten zijn ingebracht dan die in het arrest van het hof zijn besproken.

Dit leidt tot de conclusie dat het onderzoek in hoger beroep nietig is. De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest van het hof en wijst de zaak terug naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden voor een nieuwe berechting en beslissing op het bestaande hoger beroep.

Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting wegens ontbrekende pleitnota.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer22/03449
Datum11 juni 2024
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 15 september 2022, nummer 21-005411-21, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1958,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft M.A.C. de Bruijn, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.

2.Beoordeling van het tweede cassatiemiddel

2.1
Het cassatiemiddel klaagt dat het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep en de naar aanleiding daarvan gedane uitspraak nietig zijn, omdat de volledige versie van de pleitnota die op de terechtzitting in hoger beroep door de raadsvrouw van de verdachte aan het hof is overgelegd, zich niet bij de stukken bevindt.
2.2
Volgens het proces-verbaal van die terechtzitting heeft de raadsvrouw van de verdachte daar het woord tot verdediging gevoerd. Het proces-verbaal houdt onder meer in:
“De raadsvrouw pleit overeenkomstig een op schrift gestelde pleitnota waarvan de inhoud als hier herhaald en ingelast moet worden beschouwd. Deze pleitnota zal aan dit proces-verbaal worden gehecht.”
2.3
De volledige versie van de pleitnota die in het proces-verbaal is vermeld, ontbreekt bij de stukken die aan de Hoge Raad zijn gezonden. Naar aanleiding van een door de raadsman op grond van artikel 4.3.6.3 van het Procesreglement Hoge Raad der Nederlanden gedaan verzoek is bij het hof nadere informatie ingewonnen. Op grond van die informatie moet worden aangenomen dat de volledige versie van die pleitnota niet meer beschikbaar zal komen. De Hoge Raad kan daardoor niet nagaan of op de terechtzitting andere verweren zijn gevoerd of uitdrukkelijk onderbouwde standpunten naar voren zijn gebracht dan die in de uitspraak van het hof zijn besproken. Het cassatiemiddel slaagt daarom.

3.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel

Gelet op de beslissing die hierna volgt, is bespreking van het cassatiemiddel niet nodig.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof;
- wijst de zaak terug naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en A.E.M. Röttgering, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
11 juni 2024.