Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
3.Beslissing
16 april 2024.
Hoge Raad
De veroordeelde stelde cassatieberoep in tegen een beschikking van het gerechtshof 's-Hertogenbosch waarin hij niet-ontvankelijk werd verklaard in hoger beroep tegen een beschikking van de rechtbank. Deze beschikking betrof de toepassing van gijzeling op grond van artikel 6:6:25 van Pro het Wetboek van Strafvordering wegens het niet voldoen aan een ontnemingsmaatregel.
De Hoge Raad beoordeelde de ontvankelijkheid van het cassatieberoep en concludeerde dat op grond van artikel 445 Sv Pro cassatieberoep tegen beschikkingen slechts openstaat in de gevallen die het wetboek uitdrukkelijk noemt. Artikel 6:6:7 Sv Pro bepaalt dat rechterlijke beslissingen over de tenuitvoerlegging, zoals in deze zaak, niet aan een gewoon rechtsmiddel zijn onderworpen, tenzij anders bepaald in hoofdstuk 6 van boek 6 WvSv.
Aangezien dit hoofdstuk geen bepaling bevat die cassatieberoep tegen deze beschikking toestaat, kan de Hoge Raad het beroep niet in behandeling nemen. De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep van de veroordeelde niet-ontvankelijk en bevestigt daarmee de beschikking van het hof.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat de wet geen cassatieberoep tegen de beschikking toestaat.