Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
23 april 2024.
Hoge Raad
In deze strafzaak werd de verdachte beschuldigd van ontucht met zijn minderjarige stiefdochter. Het hof 's-Hertogenbosch wees een voorwaardelijk verzoek van de verdachte af om een deskundige aan te stellen voor onderzoek naar de totstandkoming en betrouwbaarheid van de verklaringen van de stiefdochter. Het hof oordeelde dat het verzoek onvoldoende was onderbouwd en dat de stiefdochter ook al voorafgaand aan haar therapie over het misbruik had verteld.
De verdachte stelde hiertegen cassatieberoep in bij de Hoge Raad. De advocaat-generaal adviseerde tot verwerping van het beroep. De Hoge Raad beoordeelde de klachten van de verdachte en concludeerde dat deze niet tot vernietiging van het hofarrest konden leiden. De Hoge Raad zag geen noodzaak tot nadere motivering omdat de vragen niet van belang waren voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.
Daarmee bevestigde de Hoge Raad het oordeel van het hof en verwierp het cassatieberoep. Het arrest werd gewezen door de vice-president en twee raadsheren in aanwezigheid van de waarnemend griffier tijdens een openbare terechtzitting.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de verdachte wordt verworpen en het verzoek tot deskundigenonderzoek blijft afgewezen.