Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
3.Beslissing
30 januari 2024.
Hoge Raad
In deze zaak stond de verdachte terecht voor poging tot doodslag in Nijmegen in 2020, waarbij hij met een auto op een voetganger inreed na een eerdere ruzie. Daarnaast werd hij verdacht van medeplegen van de verkoop en het bezit van heroïne, cocaïne en amfetamine, gepleegd op meerdere momenten.
De verdachte stelde cassatieberoep in tegen het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 7 december 2022. Zijn advocaat diende een schriftuur in ter onderbouwing van het beroep. De procureur-generaal kreeg de gelegenheid een advies uit te brengen.
De Hoge Raad oordeelde dat het cassatieberoep duidelijk niet kon slagen en maakte gebruik van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie om het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk te verklaren. Het arrest werd uitgesproken op 30 januari 2024 door de vice-president en twee raadsheren.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte is niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan kans van slagen.