Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
3.Beoordeling van het tweede cassatiemiddel
4.Beslissing
2 april 2024.
Hoge Raad
De zaak betreft een ramkraak op een kledingwinkel te Sint-Oedenrode waarbij verdachte werd verdacht van medeplegen. In eerste aanleg werd verdachte vrijgesproken. Het hof stelde vast dat een bivakmuts met DNA van verdachte was aangetroffen in de winkel en dat camerabeelden een dader met bivakmuts toonden. De verdachte had geen aannemelijke verklaring gegeven over het aantreffen van de muts.
Het hof achtte deze feiten samen met de getuigenverklaring, waarin werd gesteld dat de man die uit de winkel rende geen bivakmuts droeg, voldoende om verdachte als medepleger aan te merken. De Hoge Raad oordeelde dat het middel dat het bewijs onvoldoende zou zijn niet tot cassatie leidt en dat het hof het verweer tegen het signalement terecht heeft verworpen.
Wel stelde de Hoge Raad vast dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 lid 1 EVRM Pro is overschreden door late aanlevering van stukken en de lange duur van de cassatieprocedure. Dit leidde tot vermindering van de opgelegde gevangenisstraf van negen maanden naar acht maanden en drie weken. Het beroep in cassatie werd verder verworpen.
Uitkomst: Hoge Raad bevestigt medeplegen ramkraak met strafvermindering wegens termijnoverschrijding tot acht maanden en drie weken gevangenisstraf.