ECLI:NL:HR:2024:501

Hoge Raad

Datum uitspraak
2 april 2024
Publicatiedatum
26 maart 2024
Zaaknummer
22/03328
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Artikel 80a RO-zaken
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 80a ROArt. 287 Sr
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep poging tot doodslag Enschede 2018

In deze zaak stond de verdachte terecht voor poging tot doodslag, gepleegd in 2018 te Enschede, waarbij hij tijdens een ruzie een ander meerdere malen met een keukenmes in het bovenlichaam stak. Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft hem veroordeeld, waarna de verdachte in cassatie ging bij de Hoge Raad.

De Hoge Raad heeft het cassatieberoep van de verdachte beoordeeld en daarbij ook het advies van de procureur-generaal betrokken. Gezien de aard van de klachten en de inhoud van het dossier is het cassatieberoep volgens de Hoge Raad duidelijk niet ontvankelijk en kan het niet slagen.

Op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie heeft de Hoge Raad daarom het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk verklaard. De uitspraak werd gedaan door de vice-president en twee raadsheren tijdens een openbare terechtzitting op 2 april 2024.

Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte is niet-ontvankelijk verklaard, waardoor het hofarrest in stand blijft.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer22/03328
Datum2 april 2024
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 6 september 2022, nummer 21-004980-20, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1980,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J. Michels, advocaat te Oldenzaal, een schriftuur ingediend. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De procureur-generaal bij de Hoge Raad heeft de gelegenheid gekregen een advies uit te brengen. De Hoge Raad is tot het oordeel gekomen dat het cassatieberoep duidelijk niet kan slagen. Hij zal daarom gebruikmaken van de mogelijkheid om het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk te verklaren (zie artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en A.E.M. Röttgering, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
2 april 2024.