Uitspraak
1.De uitspraak waarvan herziening is gevraagd
2.De aanvraag tot herziening
3.Beoordeling van de aanvraag
4.Beslissing
9 januari 2024.
Hoge Raad
De zaak betreft een veroordeling van de aanvrager voor poging tot zware mishandeling van een politieagente met een barkruk op haar hoofd op 29 juli 2015 in een café te Ulestraten. De rechtbank Limburg heeft hem veroordeeld tot twaalf maanden gevangenisstraf. De aanvrager verzocht om herziening op grond van nieuwe getuigenverklaringen die in een civiele procedure waren afgelegd en die volgens hem het oorspronkelijke bewijs zouden ondermijnen.
De Hoge Raad beoordeelde of deze nieuwe verklaringen een ernstig vermoeden wekken dat het oorspronkelijke vonnis onjuist is. Uit de analyse bleek dat de verklaringen van twee getuigen die zich niets meer konden herinneren geen ernstig vermoeden vormen. De overige vijf getuigen bevestigden grotendeels eerdere verklaringen of gaven geen aanwijzing dat eerdere verklaringen onjuist waren.
De Hoge Raad concludeerde dat het alternatieve scenario van de aanvrager, dat slechts één incident met een barkruk zou hebben plaatsgevonden waarbij niet de politieagente maar een andere persoon was geraakt, onvoldoende wordt ondersteund door de nieuwe verklaringen. De aanvraag tot herziening werd daarom kennelijk ongegrond verklaard en afgewezen.
Uitkomst: De Hoge Raad wijst het herzieningsverzoek af en bevestigt de veroordeling voor poging tot zware mishandeling met een barkruk.