Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
26 maart 2024.
Hoge Raad
De verdachte werd in hoger beroep gedagvaard voor een strafzaak, maar verscheen niet op de terechtzitting. De dagvaarding was geldig betekend aan een medewerker van het openbaar ministerie na vergeefse pogingen op het adres van de verdachte. Het hof verleende verstek en vervolgde de behandeling van de zaak.
In cassatie werd gesteld dat de verdachte tijdens de zitting in hoger beroep in verband met een andere strafzaak in het buitenland was gedetineerd, waardoor hij niet vrijwillig afstand had gedaan van zijn recht om aanwezig te zijn. De Hoge Raad oordeelde dat het hof onjuist had gehandeld door verstek te verlenen zonder kennis van deze detentie.
De stukken overgelegd in cassatie waren betrouwbaar en toonden aan dat de verdachte van 29 december 2020 tot 14 september 2021 in het buitenland gevangen zat. Gezien het grote belang van aanwezigheid van de verdachte bij de behandeling, vernietigde de Hoge Raad het arrest en wees de zaak terug naar het hof voor een nieuwe behandeling in aanwezigheid van de verdachte.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt teruggewezen voor nieuwe behandeling in aanwezigheid van de verdachte.