ECLI:NL:HR:2024:483
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake dividendbelasting
Belanghebbende heeft cassatieberoep ingesteld tegen het arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch waarin uitspraken waren gedaan over beschikkingen inzake dividendbelasting. De Staatssecretaris van Financiën heeft verweer gevoerd en de Advocaat-Generaal concludeerde tot ongegrondverklaring van het cassatieberoep.
De Hoge Raad heeft de klachten van belanghebbende beoordeeld maar oordeelde dat deze niet leiden tot vernietiging van het hofarrest. De Hoge Raad zag geen noodzaak om de motivering van dit oordeel te geven, omdat de klachten niet relevant zijn voor de rechtsontwikkeling of rechtsuniformiteit, conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.
Er is geen veroordeling in proceskosten opgelegd. Het arrest is gewezen door de vice-president en twee raadsheren en op 22 maart 2024 openbaar uitgesproken. Hiermee blijft de uitspraak van het hof ongewijzigd in stand.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van het hof blijft in stand.