Uitspraak
(hierna: belanghebbende)
Hoge Raad
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 24 mei 2023, waarin uitspraken waren gedaan over beschikkingen inzake dividendbelasting. De Staatssecretaris van Financiën heeft verweer gevoerd en de Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd tot ongegrondverklaring van het cassatieberoep.
De Hoge Raad heeft de klachten van belanghebbende beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het hofarrest. Omdat de klachten geen vragen opriepen die van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, was een nadere motivering niet vereist volgens artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.
De Hoge Raad heeft geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen en heeft het cassatieberoep ongegrond verklaard. Hiermee blijft het arrest van het Gerechtshof ongewijzigd van kracht.
De uitspraak is gedaan door de vice-president M.E. van Hilten als voorzitter en de raadsheren E.F. Faase en P.A.G.M. Cools, in aanwezigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en openbaar uitgesproken op 22 maart 2024.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en het arrest van het Gerechtshof blijft in stand.