ECLI:NL:HR:2024:476
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake dividendbelastingbeschikkingen
Belanghebbende heeft bij de Hoge Raad beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch waarin het hoger beroep tegen uitspraken van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant werd behandeld. De zaak betrof beschikkingen inzake dividendbelasting.
De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd tot ongegrondverklaring van het cassatieberoep. De Hoge Raad heeft de klachten van belanghebbende beoordeeld en geoordeeld dat deze niet tot vernietiging van het hofarrest kunnen leiden. Vanwege artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie was het niet nodig om de motivering van het oordeel te geven.
De Hoge Raad heeft geen proceskostenveroordeling opgelegd en heeft het beroep in cassatie ongegrond verklaard. Het arrest is gewezen door de vice-president en twee raadsheren en in het openbaar uitgesproken op 22 maart 2024.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en het hofarrest blijft in stand.