Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
26 maart 2024.
Hoge Raad
In deze zaak stond verdachte terecht voor moord op Curaçao, waarbij hij in 2021 op de openbare weg een ander meerdere keren gericht heeft beschoten, ook toen het slachtoffer weerloos op de grond lag. Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba heeft verdachte veroordeeld. Tegen dit vonnis stelde verdachte cassatieberoep in bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad heeft de klachten van verdachte, met name gericht op de voorbedachte raad en andere bewijsgerelateerde aspecten, beoordeeld. De klachten konden echter niet leiden tot vernietiging van het hofvonnis. De Hoge Raad heeft daarbij geen inhoudelijke motivering gegeven omdat de klachten geen vragen opriepen die van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.
Het arrest van de Hoge Raad van 26 maart 2024 bevestigt daarmee het vonnis van het hof en verwerpt het cassatieberoep. De uitspraak werd gedaan door de vice-president Borgers als voorzitter en de raadsheren Röttgering en Posthumus.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt het vonnis van het hof in de moordzaak.