ECLI:NL:HR:2024:445

Hoge Raad

Datum uitspraak
16 april 2024
Publicatiedatum
15 maart 2024
Zaaknummer
22/01663
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 137c SrArt. 81 Wet RO
Verwijzingen
5 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt vrijspraak bij groepsbelediging moslims wegens vrijheid van meningsuiting

De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin verdachte werd vrijgesproken van groepsbelediging van moslims wegens een uitlating die als beledigend werd beschouwd onder art. 137c lid 1 Sr.

Verdachte stelde dat zijn uitlatingen beschermd zijn door de grondrechten op vrijheid van meningsuiting en godsdienst. De advocaat-generaal adviseerde het cassatieberoep te verwerpen. De Hoge Raad oordeelde dat de klachten van verdachte niet leiden tot vernietiging van het hofarrest en dat het niet nodig was om de motivering nader toe te lichten vanwege art. 81 lid 1 Wet Pro RO.

De Hoge Raad bevestigde daarmee de vrijspraak en onderstreepte het belang van de vrijheid van meningsuiting en godsdienst in het kader van strafrechtelijke vervolging voor groepsbelediging. Het arrest werd gewezen door de vice-president en twee raadsheren tijdens een openbare terechtzitting op 16 april 2024.

Uitkomst: Hoge Raad bevestigt vrijspraak verdachte wegens groepsbelediging op grond van vrijheid van meningsuiting en godsdienst.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer22/01663
Datum16 april 2024
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 21 april 2022, nummer 21-003506-20, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1989,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J. Visscher, advocaat te Amersfoort, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren M. Kuijer en C.N. Dalebout, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
16 april 2024.