ECLI:NL:HR:2024:428
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake navorderingsaanslag inkomstenbelasting 2016
Belanghebbende stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 22 maart 2023, waarin het hof het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant inzake een navorderingsaanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over het jaar 2016 had behandeld.
De Hoge Raad heeft de klachten van belanghebbende beoordeeld maar geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het hofarrest. Het oordeel van de Hoge Raad is gemotiveerd door artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, waardoor geen nadere motivering noodzakelijk is.
Daarnaast heeft de Hoge Raad geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen. Het arrest is gewezen door de raadsheren Feteris, Wortel en van der Voort Maarschalk en op 15 maart 2024 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het cassatieberoep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard.