ECLI:NL:HR:2024:40

Hoge Raad

Datum uitspraak
16 januari 2024
Publicatiedatum
16 januari 2024
Zaaknummer
22/03928
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 287 SrArt. 26 lid 1 WWMArt. 437 lid 2 Sv
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep cassatie poging doodslag en wapenbezit

De verdachte werd door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden veroordeeld voor poging tot doodslag in 2019 tijdens een verkeersruzie in Wadenoijen en het voorhanden hebben van drie (hagel)geweren. Tegen dit arrest stelde de verdachte beroep in cassatie bij de Hoge Raad.

Echter heeft de verdachte geen cassatiemiddelen ingediend binnen de wettelijk voorgeschreven termijn, waardoor het beroep niet ontvankelijk is. De Hoge Raad toetst alleen ontvankelijke beroepen, en verklaart het beroep daarom niet-ontvankelijk.

De uitspraak is gedaan door de raadsheer C.N. Dalebout en de waarnemend griffier B.C. Broekhuizen-Meuter tijdens een openbare terechtzitting op 16 januari 2024. Er is geen inhoudelijke beoordeling van de zaak gegeven vanwege de niet-ontvankelijkheid.

Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet indienen van cassatiemiddelen binnen de wettelijke termijn.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer22/03928
Datum16 januari 2024
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 13 oktober 2022, nummer 21-001023-21, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1983,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Cassatiemiddelen zijn namens deze niet voorgesteld.

2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

De wet bepaalt binnen welke termijn een advocaat namens de verdachte een schriftuur met cassatiemiddelen (klachten) bij de Hoge Raad moet indienen. Aan die verplichting is niet voldaan. Het gevolg daarvan is dat de Hoge Raad het beroep van de verdachte niet in behandeling kan nemen (zie artikel 437 lid 2 van Pro het Wetboek van Strafvordering).

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer C.N. Dalebout, in bijzijn van de waarnemend griffier B.C. Broekhuizen-Meuter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
16 januari 2024.