Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het eerste en het tweede cassatiemiddel
3.Beoordeling van het derde cassatiemiddel
4.Beslissing
16 januari 2024.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
In deze strafzaak stond de verdachte terecht voor witwassen van geldbedragen ter waarde van €73.293,48, gepleegd middels onder meer money transfers. Het gerechtshof Amsterdam veroordeelde de verdachte, maar de Hoge Raad werd in cassatie gevraagd het arrest te beoordelen.
De Hoge Raad onderzocht onder meer of de bewijsklachten gegrond waren en of het hof voldoende inzicht had gegeven in de gebruikte bankgegevens. Deze klachten werden verworpen zonder nadere motivering, omdat ze niet van belang waren voor de rechtsontwikkeling.
Wel werd geoordeeld dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 lid 1 EVRM Pro was overschreden door late aanlevering van stukken door het hof en de lange duur van het cassatieproces. Dit leidde tot een vermindering van de opgelegde gevangenisstraf met vijf maanden.
De Hoge Raad vernietigde daarom het hofarrest uitsluitend voor wat betreft de strafduur en stelde deze vast op vier maanden en drie weken, terwijl het beroep voor het overige werd verworpen.
Uitkomst: De gevangenisstraf is verminderd met vijf maanden wegens overschrijding van de redelijke termijn.