Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
12 maart 2024.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep van verdachte tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch waarin hij werd veroordeeld voor poging tot zware mishandeling van twee verbalisanten. De mishandeling vond plaats toen verdachte plotseling wegreed en de verbalisanten meesleurde, waarbij zij tegen het openstaande portier van een dienstauto botsten.
In cassatie stelde verdachte onder meer dat het hof ten onrechte betekenis had toegekend aan zijn verklaring dat hij had gezien dat het portier van de dienstauto openstond. De Hoge Raad heeft deze klacht beoordeeld maar geoordeeld dat deze niet tot vernietiging van het arrest kan leiden.
De Hoge Raad heeft het beroep van verdachte verworpen zonder nadere motivering, omdat de klachten niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht. Hiermee blijft het arrest van het hof ongewijzigd van kracht.
De uitspraak werd gedaan op 12 maart 2024 door de Strafkamer van de Hoge Raad, waarbij de vice-president V. van den Brink als voorzitter en raadsheren Y. Buruma en A.E.M. Röttgering het arrest wezen.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen en het arrest van het hof blijft in stand.