ECLI:NL:HR:2024:259

Hoge Raad

Datum uitspraak
27 februari 2024
Publicatiedatum
19 februari 2024
Zaaknummer
22/00737
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 350.1 SrArt. 302.1 SrArt. 7.1 WVW 1994Art. 359.2 SvArt. 81.1 Wet RO
Verwijzingen
8 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatieberoep in zaak vernieling en poging zware mishandeling

De zaak betreft een cassatieberoep van verdachte tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin hij werd veroordeeld voor vernieling, poging tot zware mishandeling en verlaten plaats ongeval. Het hof had vastgesteld dat verdachte met zijn auto met aanzienlijke snelheid achteruit reed tegen meerdere stilstaande voertuigen.

De Hoge Raad beoordeelde onder meer of verdachte opzet had op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel, of het hof het verweer over de gezondheidssituatie van verdachte als een uitdrukkelijk onderbouwd strafstandpunt had moeten aanmerken en of het hof terecht had geoordeeld dat de benadeelde partij rechtstreeks schade had geleden.

De Hoge Raad oordeelde dat de klachten van verdachte niet konden leiden tot vernietiging van het arrest en dat het niet nodig was om de vragen nader te motiveren. Het beroep werd verworpen, waarmee het arrest van het hof in stand bleef.

De uitspraak is gedaan door de vice-president Borgers als voorzitter en raadsheren Kooijmans en Dalebout, en uitgesproken in openbare terechtzitting op 27 februari 2024.

Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen en het arrest van het hof Arnhem-Leeuwarden blijft in stand met een gevangenisstraf van zes maanden.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer22/00737
Datum27 februari 2024
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 22 februari 2022, nummer 21-001535-20, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1972,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft D. Greven, advocaat te Borne, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Namens de benadeelde partij [benadeelde] heeft M.W.G.J. IJsseldijk, advocaat in Arnhem, een verweerschrift ingediend.
De advocaat-generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren T. Kooijmans en C.N. Dalebout, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
27 februari 2024.