ECLI:NL:HR:2024:187

Hoge Raad

Datum uitspraak
13 februari 2024
Publicatiedatum
6 februari 2024
Zaaknummer
23/00481
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 Wet op de rechterlijke organisatieArt. 552a Wetboek van StrafvorderingArt. 94 Wetboek van Strafvordering
Verwijzingen
4 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt beroep in cassatie tegen beschikking inzake beklag beslag handelsvoorraad telefoons

In deze zaak heeft het openbaar ministerie cassatieberoep ingesteld tegen een beschikking van de rechtbank Oost-Brabant van 12 juli 2022. De beschikking betrof een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend door klager tegen beslaglegging op zijn handelsvoorraad mobiele telefoons en andere goederen uit loodsen.

De rechtbank had klager niet-ontvankelijk verklaard voor het beklag met betrekking tot de handelsvoorraad telefoons, maar het beklag gegrond verklaard voor de overige inbeslaggenomen goederen. Het openbaar ministerie stelde cassatiemiddelen in tegen deze uitspraak.

De Hoge Raad heeft de klachten van het openbaar ministerie beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. De Hoge Raad achtte het niet nodig om de motivering te geven, omdat de vragen niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.

De Hoge Raad heeft het beroep verworpen en daarmee de beschikking van de rechtbank bevestigd. De uitspraak werd gedaan door de vice-president en raadsheren van de Strafkamer van de Hoge Raad tijdens een openbare terechtzitting op 13 februari 2024.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de beschikking van de rechtbank.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer23/00481 B
Datum13 februari 2024
BESCHIKKING
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de rechtbank Oost-Brabant van 12 juli 2022, nummer RK 22/005994, op een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend
door
[klager],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1992,
hierna: de klager.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door het openbaar ministerie. Het heeft bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van de rechtbank beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren T. Kooijmans en C.N. Dalebout, in bijzijn van de waarnemend griffier B.C. Broekhuizen-Meuter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
13 februari 2024.