Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
6 februari 2024.
Hoge Raad
In deze zaak stond de doodslag centraal waarbij het slachtoffer in 2018 in de Muidertrekvaart werd aangetroffen, gewikkeld in een plastic opblaaszwembad met touwen, kabels en kabelbinders. De verdachte werd door het hof Arnhem-Leeuwarden veroordeeld.
Het cassatieberoep richtte zich onder meer op de vraag of het hof terecht had geoordeeld dat het alternatieve scenario, het zogenaamde Meer-en-Vaart-verweer, niet aannemelijk was. Dit scenario hield in dat het slachtoffer door wurgseks zou zijn overleden en dat de ribbreuken het gevolg zouden zijn van een mislukte poging tot reanimatie.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof in redelijkheid tot zijn oordeel kon komen en dat de klachten van de verdachte niet tot vernietiging van het arrest konden leiden. De Hoge Raad zag geen noodzaak tot nadere motivering omdat de vragen niet van belang waren voor de eenheid of ontwikkeling van het recht. Het beroep werd derhalve verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de veroordeling voor doodslag.