ECLI:NL:HR:2024:1799

Hoge Raad

Datum uitspraak
6 december 2024
Publicatiedatum
5 december 2024
Zaaknummer
24/01448
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:671b lid 6 onder a BWArt. 81 lid 1 RO
Verwijzingen
5 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt ontbinding arbeidsovereenkomst wegens verstoorde arbeidsverhouding zonder verband met arbeidsongeschiktheid

In deze zaak stond de ontbinding van een arbeidsovereenkomst centraal, waarbij het hof Den Haag de ontbinding op grond van een verstoorde arbeidsverhouding had bekrachtigd. De verzoeker stelde cassatieberoep in tegen deze beschikking, maar de Hoge Raad oordeelde dat het cassatieberoep niet tot vernietiging van het hofbesluit kon leiden.

De Hoge Raad benadrukte dat het verzoek tot ontbinding geen verband mocht houden met arbeidsongeschiktheid, conform de vereisten van artikel 7:671b lid 6 onder a BW. Daarnaast werd de stelplicht en bewijslast rond het causale verband tussen de verstoorde arbeidsverhouding en het verzoek tot ontbinding besproken. De motiveringsklachten van de verzoeker werden door de Hoge Raad niet gegrond bevonden.

De Hoge Raad verwees naar eerdere beslissingen van de rechtbank Den Haag en het gerechtshof Den Haag en stelde dat het niet nodig was om de klachten nader te motiveren, aangezien deze niet van belang waren voor de eenheid of ontwikkeling van het recht. Het beroep werd verworpen en de verzoeker werd veroordeeld in de proceskosten, die nihil werden begroot.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de ontbinding van de arbeidsovereenkomst blijft in stand.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer24/01448
Datum6 december 2024
BESCHIKKING
In de zaak van
[verzoeker],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
hierna: [verzoeker],
advocaat: J.C. Zevenberg,
tegen
TOTALENERGIES EP NEDERLAND B.V.,
gevestigd te Den Haag,
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: TEPNL,
niet verschenen.

1.Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de beschikking in de zaak 10159666 RP VERZ 22-50492 van de rechtbank Den Haag van 17 maart 2023;
b. de beschikking in de zaak 200.328.856 van het gerechtshof Den Haag van 16 januari 2024.
[verzoeker] heeft tegen de beschikking van het hof beroep in cassatie ingesteld.
TEPNL heeft geen verweerschrift ingediend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal B.J. Drijber strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [verzoeker] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2.Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over de beschikking van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die beschikking. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt [verzoeker] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van TEPNL begroot op nihil.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren T.H. Tanja-van den Broek, als voorzitter, C.E. du Perron en F.R. Salomons, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op
6 december 2024.