ECLI:NL:HR:2024:1793
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake rentebeschikkingen en verrekening
Belanghebbende, een besloten vennootschap, had beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam betreffende rentebeschikkingen en besluiten tot verrekening zoals bedoeld in artikel 24 van Pro de Invorderingswet 1990. Deze uitspraak volgde op hoger beroep tegen een eerdere uitspraak van de Rechtbank Noord-Holland.
De Hoge Raad heeft de ingediende klachten van belanghebbende beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het hofarrest. De conclusie van repliek van belanghebbende werd niet in behandeling genomen omdat deze te laat was ingediend.
De Hoge Raad motiveert zijn oordeel niet inhoudelijk, omdat de klachten geen vragen van belang voor de eenheid of ontwikkeling van het recht oproepen, conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.
Er is geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten. Het arrest is gewezen door de vice-president als voorzitter en twee raadsheren, en is op 6 december 2024 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en het hofarrest blijft in stand.