ECLI:NL:HR:2024:1710

Hoge Raad

Datum uitspraak
22 november 2024
Publicatiedatum
20 november 2024
Zaaknummer
23/02563
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 Wet op de rechterlijke organisatieArt. 20b lid 1 Wet op de vennootschapsbelasting 1969
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake vennootschapsbelasting aanslagen

Belanghebbende, een besloten vennootschap, had tegen de aanslagen vennootschapsbelasting voor de jaren 2011, 2012 en 2014 beroep ingesteld bij de rechtbank en hoger beroep bij het Gerechtshof 's-Hertogenbosch. De inspecteur had incidenteel hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank.

Het Gerechtshof heeft op 24 mei 2023 uitspraak gedaan in deze zaken, waarbij de aanslagen en de daarbij behorende beschikkingen inzake belastingrente en boetes werden bevestigd. Belanghebbende stelde vervolgens cassatieberoep in bij de Hoge Raad.

De Hoge Raad heeft de klachten van belanghebbende beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het hofarrest. De Hoge Raad gaf geen motivering omdat beantwoording van de klachten niet noodzakelijk was voor de rechtsontwikkeling of eenheid van het recht.

De Hoge Raad heeft het beroep in cassatie ongegrond verklaard en ziet geen aanleiding tot veroordeling in proceskosten. Het arrest is op 22 november 2024 in het openbaar gewezen door raadsheren Faase, Cools en Peters.

Uitkomst: Het beroep in cassatie van belanghebbende is ongegrond verklaard en het arrest van het hof blijft in stand.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
BELASTINGKAMER
Nummer23/02563
Datum22 november 2024
ARREST
in de zaak van
[X] B.V. (hierna: belanghebbende)
tegen
de STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN
op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 24 mei 2023, nrs. 21/01544 tot en met 21/01547 [1] , op het hoger beroep van belanghebbende en het incidentele hoger beroep van de Inspecteur tegen een uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant (nrs. BRE 18/2024, 18/2182, 19/1412 en 19/1413) betreffende de aan belanghebbende voor de jaren 2011, 2012 en 2014 opgelegde aanslagen in de vennootschapsbelasting en de daarbij gegeven beschikkingen inzake belastingrente, een ten aanzien van belanghebbende voor het jaar 2011 gegeven beschikking als bedoeld in artikel 20b, lid 1, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969, alsmede een bij de aanslag voor het jaar 2014 gegeven boetebeschikking.

1.Geding in cassatie

Belanghebbende, vertegenwoordigd door L.A.M. Schalk, heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld.
De Staatssecretaris, vertegenwoordigd door [P], heeft een verweerschrift ingediend.

2.Beoordeling van de klachten

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het Hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Proceskosten

De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

4.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer E.F. Faase als voorzitter, en de raadsheren P.A.G.M. Cools en F.G.F. Peters, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 22 november 2024.