ECLI:NL:HR:2024:1707

Hoge Raad

Datum uitspraak
10 december 2024
Publicatiedatum
19 november 2024
Zaaknummer
23/01158
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9.2 WVW 1994
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak wegens herroeping ongeldigverklaring rijbewijs door bestuursrechter

De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin verdachte werd veroordeeld voor het rijden terwijl hij wist dat zijn rijbewijs ongeldig was verklaard. De tenlastelegging betrof het besturen van een motorrijtuig op 19 november 2021 in Kampen terwijl het rijbewijs van de categorieën AM en B ongeldig zou zijn.

Tijdens de procedure bleek dat de rechtbank Overijssel op 28 september 2022 het besluit van het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) van 14 september 2021 tot ongeldigverklaring van het rijbewijs van verdachte had herroepen. Deze uitspraak was onherroepelijk geworden. De Hoge Raad stelde dat de strafrechter van deze bestuursrechtelijke beslissing moest uitgaan, wat inhoudt dat de ongeldigverklaring achteraf bezien nooit heeft gegolden.

De Hoge Raad vernietigde daarom het arrest van het hof en het vonnis van de politierechter en sprak verdachte vrij van het tenlastegelegde. Hiermee werd bevestigd dat de strafrechtelijke veroordeling niet kan voortduren als het bestuursrechtelijk besluit waarop deze is gebaseerd is komen te vervallen.

De uitspraak onderstreept het belang van de samenhang tussen bestuursrechtelijke en strafrechtelijke beslissingen en bevestigt dat de strafrechter gebonden is aan onherroepelijke bestuursrechtelijke uitspraken omtrent de geldigheid van rijbewijzen.

Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken omdat het bestuursrechtelijke besluit tot ongeldigverklaring van het rijbewijs onherroepelijk is herroepen.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer23/01158
Datum10 december 2024
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 17 maart 2023, nummer 21-001739-22, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2000,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft T. Straten, advocaat in Maastricht, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot vernietiging van de uitspraak van het hof, behalve voor zover daarbij het vonnis van de rechtbank is vernietigd, en tot vrijspraak van de verdachte van het tenlastegelegde.

2.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel

2.1
Het cassatiemiddel komt op tegen de bewezenverklaring van – kort gezegd – rijden terwijl de verdachte wist dat zijn rijbewijs ongeldig was verklaard. Aangevoerd wordt dat het besluit tot ongeldigverklaring van het rijbewijs door de bestuursrechter is herroepen.
2.2.1
Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:
“hij op of omstreeks 19 november 2021 te Kampen terwijl hij wist of redelijkerwijs moest weten dat een op zijn naam gesteld rijbewijs voor een of meer categorieën van motorrijtuigen, te weten categorieën AM & B, ongeldig was verklaard en aan hem daarna geen ander rijbewijs voor het besturen van een motorrijtuig van de betrokken categorie of categorieën was afgegeven, op de weg, de Wortmanstraat, als bestuurder een motorrijtuig, (personenauto), van die categorie of categorieën heeft bestuurd.”
2.2.2
Daarvan is bewezenverklaard dat:
“hij op 19 november 2021 te Kampen terwijl hij wist dat een op zijn naam gesteld rijbewijs voor een of meer categorieën van motorrijtuigen, te weten categorieën AM & B, ongeldig was verklaard en aan hem daarna geen ander rijbewijs voor het besturen van een motorrijtuig van de betrokken categorie of categorieën was afgegeven, op de weg, de Wortmanstraat, als bestuurder een motorrijtuig, (personenauto), van die categorie of categorieën heeft bestuurd.”
2.3
Uit de stukken blijkt dat op 28 september 2022 door de rechtbank Overijssel het besluit van het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen van 14 september 2021 tot ongeldigverklaring van het rijbewijs van de verdachte, is herroepen en dat deze uitspraak onherroepelijk is geworden. De strafrechter moet van deze beslissing van de bestuursrechter uitgaan (vgl. HR 12 november 2024, ECLI:NL:HR:2024:1621, rechtsoverweging 2.5.1). Dat brengt mee dat achteraf bezien de ongeldigverklaring van het rijbewijs nooit heeft gegolden.
2.4
Het cassatiemiddel slaagt. De Hoge Raad zal de zaak zelf afdoen door de verdachte vrij te spreken van het tenlastegelegde.

3.Beoordeling van het tweede cassatiemiddel

Gelet op de beslissing die hierna volgt, is bespreking van het cassatiemiddel niet nodig.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof en de uitspraak van de politierechter in de rechtbank Overijssel van 26 april 2022;
- spreekt de verdachte vrij van het tenlastegelegde.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren A.E.M. Röttgering en R. Kuiper, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
10 december 2024.