Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
5.Beslissing
19 november 2024.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen het arrest van het gerechtshof Den Haag waarin verdachte werd vrijgesproken van verkrachting van het slachtoffer in mei 2017 te Rotterdam. Het hof had de DNA-rapportages aan het nagelvuil van het slachtoffer uitgesloten van het bewijs omdat dezelfde deskundige zowel het tegenonderzoek als het hoofdonderzoek had verricht, wat volgens het hof de objectiviteit in gevaar bracht.
Het openbaar ministerie voerde cassatie aan tegen deze bewijsuitsluiting en de vrijspraak. De Hoge Raad oordeelt dat het hof een onjuiste rechtsopvatting heeft gehanteerd door bewijsuitsluiting te baseren op een eis die de wet niet kent, namelijk dat een deskundige niet zowel hoofd- als tegenonderzoek mag verrichten in dezelfde zaak. Tevens heeft het hof onvoldoende gemotiveerd waarom het afweek van het uitdrukkelijk onderbouwde standpunt van het OM over de bruikbaarheid van de DNA-rapportages aan het sperma van het slachtoffer.
De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest van het hof voor zover het de beslissing over het ten laste gelegde en de strafoplegging betreft en verwijst de zaak terug naar het hof Den Haag voor hernieuwde berechting en afdoening. Het incidentele cassatieberoep van de verdachte wordt verworpen. De overige klachten van de verdachte leiden niet tot vernietiging.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt vrijspraak wegens onjuiste bewijsuitsluiting en verwijst zaak terug voor hernieuwde berechting.